ECLI:NL:CRVB:2015:3524

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 oktober 2015
Publicatiedatum
13 oktober 2015
Zaaknummer
13-2623 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak inzake arbeidsongeschiktheid en herstel arbeidskundige grondslag UWV

In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel over de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant. De Centrale Raad van Beroep had eerder een tussenuitspraak gedaan waarin werd geoordeeld dat de medische grondslag van het besluit van het UWV voldoende was, maar dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was gemotiveerd. Het UWV kreeg de opdracht dit gebrek te herstellen.

Ter uitvoering van deze tussenuitspraak heeft het UWV een aanvullend rapport van een arbeidsdeskundige ingediend. In dit rapport werd geconcludeerd dat de functie van medewerker rozenkwekerij ongeschikt was voor appellant, maar dat de overige geselecteerde functies medisch gezien geschikt waren. Het vervallen van deze functie leidde niet tot een wijziging van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid.

De Raad oordeelde dat de nadere motivering in het rapport de gebreken in de arbeidskundige onderbouwing voldoende had hersteld. Hierdoor slaagde het hoger beroep niet en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd omdat het UWV het gebrek in de arbeidskundige grondslag heeft hersteld.

Uitspraak

13/2623 WIA
Datum uitspraak: 12 oktober 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Einduitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
5 april 2013, 12/1189 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft op 2 maart 2015 een tussenuitspraak gedaan, ECLI:NL:CRVB:2015:603.
Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv bij brief van 18 maart 2015 een rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ingezonden.
Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. In de tussenuitspraak is geoordeeld dat de medische grondslag van het besluit van 25 april 2012 (bestreden besluit) voldoende deugdelijk is gemotiveerd, maar dat de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, meer in het bijzonder de geschiktheid van de voor appellant geselecteerde voorbeeldfuncties, niet berust op een deugdelijke motivering. Het Uwv is opdracht gegeven dit gebrek te herstellen.
2. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv een rapport van
16 maart 2015 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ingezonden. In dit rapport heeft de arbeidsdeskundige geconcludeerd dat de functie van medewerker rozenkwekerij
(SBC-code 111010) bij nader inzien ongeschikt is voor appellant. In deze functie wordt de belastbaarheid van appellant op beoordelingspunt torderen ontoelaatbaar overschreden. Wat betreft de overige voor appellant geselecteerde functies heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep per functie nader toegelicht waarom deze functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant. Vervolgens heeft hij geconcludeerd dat het vervallen van de functie medewerker rozenkwekerij niet leidt tot een wijziging van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
3.1.
De door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep gegeven nadere motivering in het rapport van 16 maart 2015 is, gelet op de opdracht in de tussenuitspraak, deugdelijk. Uitgaande van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 13 oktober 2011 en de door de arbeidskundige bezwaar en beroep gegeven nadere toelichting, zijn de aan de schatting ten grondslag liggende functies in verzekeringsgeneeskundig opzicht geschikt voor appellant.
3.2.
Uit 3.1 volgt dat met de nadere motivering het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek in de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is hersteld. Dit leidt er toe dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
4. Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op€ 980,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 980,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.960,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van
in totaal € 160,- vergoedt;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant in beroep en hoger beroep tot een bedrag van
€ 1.960,-
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2015.
(getekend) D.J. van der Vos
(getekend) W. de Braal

AP