ECLI:NL:CRVB:2015:3549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks psychische klachten
Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische klachten sinds 2006 niet waren verbeterd en verwees naar een CIZ-indicatie en brieven van haar psycholoog ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen van appellante zorgvuldig en inzichtelijk hadden vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van november 2012. De psycholoog gaf onvoldoende gemotiveerde informatie en de door hem gestelde diagnose van gegeneraliseerde angststoornis werd verworpen ten gunste van een dysthyme stoornis.
De rechtbank had terecht geoordeeld dat de geselecteerde functies medisch passend waren en dat de urenbeperking uit preventief oogpunt gehandhaafd bleef. De Raad bevestigde dat een GAF-score niet doorslaggevend is voor de mate van arbeidsongeschiktheid.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Overijssel werd bevestigd, het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.