ECLI:NL:CRVB:2015:3599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in levensonderhoud
Appellant vroeg op 11 september 2013 bijstand aan en verklaarde bij zijn broer in te wonen en sinds september 2011 geen inkomsten meer te hebben ontvangen. Het college verzocht appellant meerdere malen om financiële gegevens over de periode van 1 september 2012 tot 1 september 2013, waaronder bankafschriften en een schriftelijke verklaring over zijn levensonderhoud.
Appellant overhandigde een verklaring waarin hij stelde minimalistisch te leven en af en toe bij familie te eten, maar leverde geen onderbouwende bewijsstukken. Het college wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn inkomsten en uitgaven, wat werd bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat het college niet gerechtigd was om gegevens langer dan drie maanden op te vragen en dat hij recht had op bijstand. De Raad verwierp deze gronden en oordeelde dat het college terecht om een langere periode gegevens vroeg vanwege het ontbreken van recente inkomsten.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende gegevens had verstrekt om het recht op bijstand vast te stellen, mede omdat bankafschriften lieten zien dat hij slechts een zeer beperkt bedrag had opgenomen en uitgegeven. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de wijze waarop appellant in zijn levensonderhoud heeft voorzien.