ECLI:NL:CRVB:2015:36
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging standplaats en plaats van tewerkstelling na reorganisatie bij Inspectie Leefomgeving en Transport
Appellant, senior inspecteur bij de Inspectie Leefomgeving en Transport, werd na een reorganisatie bij besluit geplaatst bij het organisatieonderdeel met standplaats en plaats van tewerkstelling in plaats 1. Appellant maakte bezwaar tegen deze aanwijzing en vorderde dat plaats 2 als standplaats zou gelden, onder verwijzing naar het beleid 'woonplaats is standplaats' in het Organisatie Besluit (OB).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het overgangsbeleid alleen gold voor inspecteurs met een ambulante functie die vóór de reorganisatie woonplaats als standplaats hadden. Appellant had echter reeds plaats 1 als standplaats.
De minister mocht op grond van de functie en organisatorische plaats van appellant de vestiging in plaats 1 aanwijzen. Het OB biedt ruimte om een nevenvestigingsplaats als plaats van tewerkstelling aan te wijzen, maar dit betekent niet dat de keuze van de minister onjuist was. Appellant mag wel een groot deel van zijn werkzaamheden in plaats 2 verrichten, maar de officiële standplaats blijft plaats 1.
De Raad vond het besluit op bezwaar voldoende gemotiveerd en zag geen reden voor vernietiging of kostenveroordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de standplaats in plaats 1 wordt bevestigd.