ECLI:NL:CRVB:2015:3633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als medewerkster tuinbouw en viel uit met klachten aan nek, schouder, arm en knie. Het UWV stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid met ingang van 16 mei 2011 minder dan 35% bedroeg en weigerde haar een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende was onderbouwd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door pijnklachten en andere gezondheidsproblemen niet in staat was om de voorgestelde functies uit te oefenen, mede door ongeschikte werkomstandigheden en fysieke belasting. De Raad concludeerde echter dat er geen nieuwe medische informatie was en dat de geselecteerde functies medisch passend waren, gelet op de vastgestelde beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat haar verlies aan verdiencapaciteit minder dan 35% is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.