ECLI:NL:CRVB:2015:3653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij indienen beroepsgronden
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een boetebesluit van het UWV wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant de beroepsgronden niet binnen de gestelde termijn had ingediend en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen uitstel had gevraagd omdat hij de termijnoverschrijding niet als uitzonderlijk beschouwde en dat de termijn niet zodanig was overschreden dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Raad oordeelde dat de door appellant aangevoerde reden, het inschakelen van externe hulp bij het formuleren van de gronden, geen verschoonbare reden vormt.
De termijn van vier weken om de beroepsgronden in te dienen is een redelijke en als fataal bedoelde termijn. Bij overschrijding is het niet relevant met hoeveel dagen de termijn is overschreden. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij het indienen van beroepsgronden.