ECLI:NL:CRVB:2015:3684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit UWV over loonaanvullingsuitkering bij toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant is sinds 26 januari 2009 in aanmerking gekomen voor een WGA-uitkering. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid op 28 november 2011 heeft het UWV bij besluit van 19 februari 2013 de loonaanvullingsuitkering ongewijzigd voortgezet, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 39%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard na advies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees een verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit van 19 februari 2013 ten onrechte niet als herroeping van het eerdere besluit werd gezien, dat hij niet tijdig was geïnformeerd over de aanvang van de 24-maandenperiode en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het eerdere vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 oktober 2013 in rechte vaststaat en dat het besluit van 19 februari 2013 geen herroeping betrof maar een herstel van gebreken. De Raad vond geen grond voor de stelling dat appellant apart geïnformeerd had moeten worden over de 24-maandenperiode. Het medisch onderzoek werd als zorgvuldig beoordeeld, mede doordat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het dossier had bestudeerd, aanwezig was bij de hoorzitting en relevante informatie had. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.