ECLI:NL:CRVB:2015:3686
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken onverwijlde spoed bij intrekking ziekengeld
Verzoeker, voormalig brandwacht, meldde zich ziek na een bedrijfsongeval en ontving een Ziektewetuitkering. Na een medische en arbeidsdeskundige beoordeling stelde het UWV vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 2 mei 2014. Verzoeker maakte bezwaar en beroep, maar deze werden ongegrond verklaard.
Verzoeker stelde in hoger beroep dat hij meer beperkingen heeft dan vastgesteld en dat hij ten onrechte geschikt werd geacht voor bepaalde functies. Hij verzocht de Raad om een voorlopige voorziening omdat hij door het wegvallen van het ziekengeld niet meer in zijn primaire levensbehoeften kon voorzien en schulden had.
De voorzieningenrechter overwoog dat onverwijlde spoed vereist is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Hoewel de financiële situatie van verzoeker verslechterd is, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij in een onhoudbare situatie verkeert. Hij ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet waarmee hij in zijn primaire levensbehoeften kan voorzien. Schulden leiden niet tot een ander oordeel.
Daarom is niet voldaan aan het spoedeisend belang en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.