ECLI:NL:CRVB:2015:3711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- E. Dijt
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beslissing UWV over beëindiging WGA-uitkering na medische herbeoordeling
Appellant, werkzaam als tuinbouwmedewerker, ontving sinds 2008 een loongerelateerde WGA-uitkering wegens beperkingen na knieoperatie. Na toename van klachten en medische herbeoordelingen stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per januari 2013.
Appellant maakte bezwaar en het UWV handhaafde het besluit, waarop de rechtbank het bezwaar vernietigde vanwege onvoldoende motivering over het vervallen van urenbeperking. Het UWV nam een nieuw besluit met een aangepaste beëindigingsdatum en urenbeperking.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens motiveringsgebrek rondom de geschiktheid van functies en beperkingen, maar oordeelde dat er geen reden was het medische oordeel van het UWV te betwijfelen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren over linkerbeenklachten en functiegeschiktheid, maar leverde geen nieuwe medische informatie.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de beperkingen juist zijn vastgesteld en de geselecteerde functies geschikt zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.