ECLI:NL:CRVB:2015:3717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs bijstandbehoevendheid
Betrokkene heeft op 29 november 2012 een aanvraag voor bijstand ingediend met terugwerkende kracht vanaf 4 november 2012. Het college van burgemeester en wethouders van Venlo wees deze aanvraag af omdat betrokkene niet aannemelijk kon maken hoe hij sinds 1 maart 2012 in zijn levensonderhoud voorzag.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde dat betrokkene vanaf 1 januari 2013 in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, waarna het college een nieuw besluit moest nemen. In hoger beroep stelt het college dat betrokkene onvoldoende bewijs heeft geleverd van zijn bijstandbehoevendheid in de periode van 1 januari tot 7 februari 2013.
De Raad oordeelt dat de door betrokkene overgelegde stukken, waaronder verklaringen over zijn woonsituatie en financiële hulp van derden, onvoldoende zijn om aannemelijk te maken dat hij in de periode in geding bijstandbehoevend was. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van de bijstandsaanvraag standhoudt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.