ECLI:NL:CRVB:2015:3735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling drempelbedrag bijzondere bijstand eigen bijdragen rechtsbijstand
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdragen voor rechtsbijstand in 2012 en 2013. Het college kende bijzondere bijstand toe, maar verrekende een drempelbedrag van €50 per kalenderjaar, resulterend in een totaal van €100. Appellante maakte bezwaar tegen deze verrekening, maar het college verklaarde dit ongegrond. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het college bevoegd is een drempelbedrag te hanteren zoals bepaald in artikel 35, tweede lid, van de WWB. De Raad stelde vast dat het college de noodzaak van de kosten erkende en dat de gehanteerde drempelbedragen binnen de wettelijke maxima vielen. Het verschil tussen meerdere aanvragen binnen één kalenderjaar en één aanvraag over meerdere jaren rechtvaardigt een verschillende behandeling, waardoor geen sprake is van ongelijke behandeling.
Ook het argument dat het beleid van het college leidt tot landelijke ongelijke behandeling faalde, omdat de WWB gedecentraliseerde uitvoering kent. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.