ECLI:NL:CRVB:2015:3774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wsw-indicatie wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant was werkzaam in een ID-baan tot 2010 en vroeg in 2012 een indicatie aan op grond van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Het UWV wees de aanvraag af omdat de noodzakelijke aanpassingen binnen redelijke grenzen buiten de Wsw gerealiseerd kunnen worden in een normale arbeidsomgeving.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd. De verzekeringsarts had beperkingen vastgesteld, maar deze rechtvaardigden geen Wsw-indicatie. De rechtbank vond dat appellant geen nieuwe medische informatie had aangeleverd die tot een ander oordeel zou leiden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn medische beperkingen werden onderschat en verwees hij naar een oudere arbeidsdeskundigenrapportage. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat appellant geen nieuwe medische gegevens had verstrekt. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 oktober 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wsw-indicatie wegens onvoldoende medische beperkingen.