ECLI:NL:CRVB:2015:3799
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijn
Verzoekster heeft via haar echtgenoot een verzoek om herziening ingediend tegen een uitspraak van de Raad van 8 mei 2014, waarin haar eerdere verzoeken om verhoging van de grondslag voor huishoudelijke hulp waren afgewezen.
De Raad stelt dat herziening slechts kan worden gevraagd van oorspronkelijke uitspraken en niet van herzieningsuitspraken. Het verzoek betrof uitspraken van vóór 1 januari 2013, waardoor het overgangsrecht en artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn.
Volgens vaste rechtspraak moet een verzoek om herziening tijdig worden ingediend; een onredelijke late indiening leidt tot niet-ontvankelijkheid. Verzoekster stelde dat zij vanaf de jaren '70 te weinig uren huishoudelijke hulp had gekregen, maar zij had niet aannemelijk gemaakt dat zij minder dan een jaar voor indiening van het verzoek bekend was met de relevante feiten.
Daarom werd het verzoek als onredelijk laat beschouwd en niet-ontvankelijk verklaard. De Raad zag geen aanleiding tot inhoudelijke beoordeling of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke late indiening.