ECLI:NL:CRVB:2015:3800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid en weigering IVA-uitkering
Appellante was productiemedewerkster en meldde zich in 2006 ziek met psychische klachten. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 80-100% vast en kende een IVA-uitkering toe wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling in 2012 concludeerde het UWV dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna zij bezwaar maakte. Het bezwaar werd deels gegrond verklaard, met toekenning van een WGA-uitkering.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat verbetering mogelijk was, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat haar psychische klachten niet waren verbeterd en dat zij recht had op een IVA-uitkering. Het UWV handhaafde het standpunt dat verbetering mogelijk was.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de psychische klachten voldoende had beoordeeld en dat er een meer dan geringe kans op verbetering van de belastbaarheid bestond. De GAF-score van 50 werd niet als doorslaggevend gezien voor de duurzaamheid. Er was geen nieuwe medische informatie die tot een ander oordeel leidde. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is en geen recht heeft op een IVA-uitkering.