ECLI:NL:CRVB:2012:BW1513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45 procent
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarbij hem een WAO-uitkering werd toegekend op grond van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45 procent. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkingen ondervond en per 12 april 2007 volledig arbeidsongeschikt was. Hij overlegde diverse medische en paramedische stukken ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat deze stukken geen nieuwe of voldoende stellig bewijs bevatten om het eerdere oordeel te wijzigen. Het GAF-systeem werd door de Raad niet als geschikt beschouwd om beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren vast te stellen.
De Raad wees ook het verzoek tot het benoemen van een onafhankelijk deskundige af, omdat de bestaande rapportages voldoende waren. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering op basis van 35-45% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.