ECLI:NL:CRVB:2015:3807
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering wegens ontbreken financieel spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om haar per 2 december 2013 een WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na afwijzing van het bezwaar en het beroep bij de rechtbank, heeft verzoekster hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep en verzocht om een voorlopige voorziening in de vorm van een maandelijkse inkomensaanvulling tot bijstandsniveau.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of sprake is van onverwijlde spoed en een financieel spoedeisend belang. Verzoekster stelde dat haar inkomen lager is dan de bijstandsnorm en dat zij aanzienlijke schulden en betalingsachterstanden heeft, waaronder naheffingsaanslagen en huurbetalingen.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoekster niet geheel zonder inkomsten is, aangezien zij alimentatie en zorg- en huurtoeslag ontvangt. Daarnaast is zij beschermd door de beslagvrije voet-regels. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die een onmiddellijke voorziening rechtvaardigen. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een financieel spoedeisend belang.