ECLI:NL:CRVB:2015:3825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijstand aan nadat haar WW-uitkering was beëindigd en wilde deze met terugwerkende kracht vanaf de datum van haar WW-aanvraag toegekend krijgen. Het college kende bijstand toe vanaf de datum van haar daadwerkelijke aanvraag, 3 september 2013, en wees een eerdere ingangsdatum af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij eerder bijstand had aangevraagd of dat er bijzondere omstandigheden waren die een eerdere toekenning rechtvaardigen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel tijdig had geprobeerd bijstand aan te vragen en dat haar psychische gesteldheid en financiële situatie bijzondere omstandigheden vormden.
De Raad oordeelde dat de aangeleverde telefoonnota's en medische stukken onvoldoende bewijs boden voor een eerdere aanvraag of bijzondere omstandigheden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.