ECLI:NL:CRVB:2015:3833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- F. Hoogendijk
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens overschrijding vermogensgrens zonder aantoonbare wijziging
Appellant heeft bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees de aanvraag af omdat het vermogen van appellant de vrij te laten vermogensgrens overschreed. Appellant stelde dat zijn schulden groter waren dan zijn bezittingen, maar kon dit niet met objectieve stukken onderbouwen.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond, mede omdat de financiële positie van appellant onduidelijk bleef door ontbrekende gegevens over een stamrechtkapitaal en de bijbehorende B.V.'s. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat zijn vermogenspositie was gewijzigd sinds de eerdere afwijzing. Door het ontbreken van verifieerbare informatie over het stamrechtkapitaal kon niet worden vastgesteld of het vermogen onder de vermogensgrens lag. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 november 2015.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen wegens overschrijding van de vermogensgrens zonder aantoonbare wijziging in de vermogenspositie.