ECLI:NL:CRVB:2015:3854

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 november 2015
Publicatiedatum
5 november 2015
Zaaknummer
14/2942 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing aanspraak Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 wegens verblijf in kamp De Wijk

Appellant, geboren in 1942 in voormalig Nederlands-Indië, verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog in het kamp De Wijk te Malang. Hij vroeg aanspraken aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), maar zijn aanvraag werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat hij door de Japanse bezettende macht van zijn vrijheid was beroofd.

In bezwaar en beroep stond centraal of het kamp De Wijk vanaf november 1944 tot het einde van de oorlog als Japans interneringskamp fungeerde. Verweerder baseerde zich op de kampenlijst Nederlands-Indië, gebaseerd op het gezaghebbende werk van dr. D. van Velden, waaruit bleek dat dit niet het geval was. De door appellant overgelegde vragenlijst van zijn moeder gaf geen reden om deze informatie te betwijfelen.

Verder werd vastgesteld dat het kamp tijdens de Bersiap-periode, waarin appellant nog verbleef, een republikeins kamp was, maar gebeurtenissen uit die periode zijn niet relevant voor de Wuv. De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor een uitkering en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het kamp De Wijk geen Japans interneringskamp was en appellant geen vrijheidsberoving door de Japanse bezetter aannemelijk heeft gemaakt.

Uitspraak

14/2942 WUV
Datum uitspraak: 5 november 2015
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak in het geding tussen:
Partijen:
[Appellant], [woonplaats], Verenigde Staten (appellant)
de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 17 februari 2014, kenmerk BZ01677830 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2015. Appellant is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellant, geboren in 1942 in het voormalig Nederlands Indië, heeft in 2012 een aanvraag voor aanspraken op grond van de Wuv ingediend. Bij besluit van 25 juli 2013 is deze aanvraag afgewezen, dit omdat niet is aangetoond of aannemelijk gemaakt dat appellant door de Japanse bezettende macht van zijn vrijheid beroofd is geweest.
1.2.
Appellant heeft tegen het besluit van 25 juli 2013 bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.
2. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
2.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat appellant tijdens de oorlog heeft verbleven in het kamp De Wijk te Malang. Verweerder heeft uit het KNIL-personeelsdossier van de vader van appellant, waarin een opgave van de achtereenvolgende verblijfsadressen van het gezin is opgenomen, opgemaakt dat appellant daar in november 1944 is gearriveerd. Hoewel appellant aanvankelijk nog het vermoeden heeft uitgesproken dat hij al in 1943 in De Wijk is aangekomen, heeft hij in bezwaar en beroep niet langer bestreden dat het moment van aankomst in het kamp was gelegen in november 1944. Niet in geschil is voorts dat appellant tot medio 1946 in het kamp is gebleven.
2.2.
Het geschil spitst zich dus toe op de vraag of het kamp De Wijk vanaf het moment van de aankomst aldaar van appellant in november 1944 tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog dienst deed als Japans interneringskamp. Verweerder heeft aan de zogeheten kampenlijst Nederlands-Indië, die met name is gebaseerd op het gezaghebbende boek over de Japanse burgerkampen van dr. D. van Velden uit 1963, ontleend dat dit niet het geval is geweest. Deze informatie mag als juist worden beschouwd. De door appellant in beroep overgelegde, door zijn moeder ingevulde vragenlijst geeft geen reden de informatie van verweerder in twijfel te trekken, te minder nu appellant te kennen heeft gegeven dat zijn moeder geheugenproblemen heeft en deze slechts de woorden “ja” of “nee” heeft omcirkeld naar aanleiding van enkele vooraf geformuleerde vragen. De overige door appellant verstrekte nadere informatie heeft niet direct betrekking op de hier aan de orde zijnde kwestie en kan aan de conclusie van verweerder daarover dus evenmin afdoen.
2.3.
Overigens blijkt uit de informatie van verweerder dat het kamp De Wijk te Malang gedurende de Bersiap-periode, bij de aanvang waarvan appellant nog in het kamp verbleef, dienst deed als republikeins kamp. Met gebeurtenissen tijdens de Bersiap-periode kan in het kader van de Wuv evenwel geen rekening worden gehouden.
2.4.
Het beroep is ongegrond.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en B.J. van de Griend en
C.H. Bangma als leden, in tegenwoordigheid van C.A.W. Zijlstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2015.
(getekend) A. Beuker-Tilstra
(getekend) C.A.W. Zijlstra

HD