ECLI:NL:CRVB:2015:386
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Opdracht tot herstel besluit over toegenomen arbeidsongeschiktheid op grond van dezelfde ziekteoorzaak
Appellant, voormalig metselaar, meldde zich in 2004 ziek vanwege rugklachten en ontving vanaf 2006 geen WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na omscholing tot kraanmachinist en een periode van werkloosheid, meldde appellant zich in 2010 opnieuw ziek met toegenomen klachten. Het UWV wees een WIA-uitkering af omdat appellant per 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde ziekteoorzaak, waarvoor het UWV een beoordeling moest geven op grond van artikelen 48 en 55 van de Wet WIA. Het UWV stelde dat dit was beoordeeld, maar de Raad concludeerde dat dit niet het geval was omdat de verzekeringsarts zich alleen had gericht op de situatie per 2012 en niet op de periode daaraan voorafgaand.
De Raad vond het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en gaf het UWV opdracht om alsnog een verzekeringsgeneeskundig oordeel te geven over de toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na 4 december 2006. Het UWV moet dit binnen zes weken herstellen, waarna een finale beslissing kan volgen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen door een verzekeringsgeneeskundig oordeel over toegenomen arbeidsongeschiktheid te geven.