ECLI:NL:CRVB:2015:3861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- M. ter Brugge
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken bankafschriften en onvoldoende medewerking
Appellante ontving sinds 1998 bijstand en werd in 2013 geconfronteerd met een vermoeden van overschrijding van het vrij te laten vermogen vanwege een niet gemelde Rabobankrekening met een saldo van €9.877. Het college verzocht om bankafschriften en belastingaanslagen, maar appellante leverde deze niet tijdig aan. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in wegens het niet verstrekken van de gevraagde gegevens.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellante stelde dat zij de afschriften niet kon overleggen omdat de rekening na het signaal alleen op naam van haar zoon stond, maar de Raad oordeelde dat zij tot 29 november 2013 mede-rekeninghouder was en dus gerechtigd was de afschriften op te vragen.
De Raad vond dat appellante het verzuim verwijtbaar is omdat zij geen verzoek tot termijnverlenging heeft gedaan en de bankafschriften op haar adres werden ontvangen. Daarmee kon het college de bijstand intrekken. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde bankafschriften.