ECLI:NL:CRVB:2015:3868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs van onderhoudsbijdrage aan kinderen
Appellant, geboren in 1951 en afkomstig uit Marokko, heeft in 1995 kinderbijslag aangevraagd voor zijn negen in Marokko verblijvende kinderen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) vroeg hem bewijs van betalingen aan de verzorgster van de kinderen, maar appellant reageerde niet. Na diverse procedures en besluiten, waaronder een uitzetting in 1996 en een eerdere beslissing in 2000, heeft appellant in 2011 opnieuw kinderbijslag aangevraagd over de periode van zijn verblijf in Nederland in de jaren negentig.
De Svb wees deze aanvraag af vanwege het ontbreken van bewijs van onderhoudsbijdragen en de verjaring van eerdere aanspraken. Appellant maakte bezwaar, maar de Svb verklaarde dit bezwaar ongegrond of niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde het besluit van 2012 omdat appellant niet in de gelegenheid was gesteld de benodigde gegevens aan te leveren. Na deze gelegenheid heeft appellant geen bewijs geleverd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij regelmatig heeft bijgedragen aan het onderhoud van zijn kinderen. Daarom is de weigering van kinderbijslag terecht en wordt het eerdere besluit bevestigd. Er is geen aanleiding om af te wijken van de reguliere termijnen of uitzonderingen toe te passen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn kinderen heeft onderhouden.