ECLI:NL:CRVB:2015:3910
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens afwezigheid van verzuim bij griffierechtbetaling
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, maar dit werd door de Raad op 20 mei 2015 niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Appellant maakte hiertegen verzet geltend, waarna de zaak op 23 september 2015 werd behandeld. Tijdens deze zitting verscheen appellant, terwijl het Uwv zich niet liet vertegenwoordigen.
De Raad overwoog dat in het verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim was bij de betaling van het griffierecht. Hierdoor werd het eerdere niet-ontvankelijkheidsbesluit vernietigd en het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 4 november 2015 door de Centrale Raad van Beroep gedaan en ondertekend door voorzitter T.G.M. Simons en griffier D.W.M. Kaldenhoven.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard omdat appellant niet in verzuim was bij betaling van het griffierecht, waardoor het eerdere niet-ontvankelijkheidsbesluit vervalt.