ECLI:NL:CRVB:2015:3915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-toeslag wegens pensioeninkomen echtgenoot
Appellante ontvangt sinds september 2010 een AOW-pensioen en een toeslag vanwege het inkomen van haar echtgenoot. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft in 2013 de toeslag herzien en teruggevorderd omdat de echtgenoot pensioeninkomsten ontving uit een Direct Ingaand Pensioen van OHRA.
Appellante betwistte in hoger beroep dat het pensioeninkomen over januari tot en met april 2013 in mindering mocht worden gebracht, omdat het pensioen afhankelijk was van het in leven zijn van haar echtgenoot op 30 juni 2013 en zij meent dat er toen nog geen recht bestond op het pensioen.
De Raad oordeelt dat het pensioen, uitbetaald in juli 2013, betrekking heeft op het eerste halfjaar van 2013 en dat de voorwaarde van het in leven zijn op 30 juni 2013 is vervuld. Daarom is het pensioeninkomen terecht toegerekend aan januari tot en met april 2013 en is de herziening van de toeslag door de Svb correct. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de herziening van de AOW-toeslag vanwege het pensioeninkomen van de echtgenoot terecht is.