ECLI:NL:CRVB:2015:3920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning van bijstand met terugwerkende kracht wegens niet tijdig indienen aanvraag
Appellant meldde zich op 15 februari 2012 om bijstand aan te vragen, gevolgd door een telefonische intake op 17 februari 2012 waarbij hij geïnformeerd werd over de huishoudinkomenstoets en het feit dat het inkomen van zijn moeder van invloed kon zijn op zijn recht op bijstand. Appellant vertrok vervolgens naar Ghana en diende pas op 19 maart 2013 een aanvraag in, met het verzoek om bijstand met ingang van februari 2012.
Het college wees dit verzoek af omdat de eerdere aanvraag niet tot stand was gekomen en er geen bijzondere omstandigheden waren om bijstand eerder toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en ook in hoger beroep slaagt het verweer van appellant niet. De Raad oordeelt dat appellant niet tijdig een aanvraag heeft ingediend en dat hem dit te verwijten valt, mede omdat hij op de hoogte was van de noodzaak een aanvraag in te dienen en geen contact opnam na terugkeer uit Ghana.
Verder oordeelt de Raad dat de veronderstelling van appellant dat de huishoudinkomenstoets in zijn situatie van toepassing was geen bijzondere omstandigheid vormt die rechtvaardigt dat bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend. Het college hoefde appellant niet te informeren over de afschaffing van deze toets. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.