ECLI:NL:CRVB:2015:3958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante was werkzaam als medewerkster tuinbouw en ontving een WIA-uitkering die door het UWV werd beëindigd omdat zij volgens verzekeringsartsen geschikt werd geacht voor bepaalde functies. Na verergering van haar klachten werd haar ziekengeld op grond van de Ziektewet beëindigd per 2 juli 2012.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellante voerde aan dat zij door haar gezondheidsklachten niet in staat was de geselecteerde functies te verrichten en dat haar situatie in juli 2012 slechter was dan in mei 2011.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht het recht op ziekengeld had beëindigd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had het dossier bestudeerd en de hoorzitting bijgewoond en concludeerde dat appellante geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies. Appellante bracht geen nieuwe stukken in die haar standpunt onderbouwden. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het recht op ziekengeld per 2 juli 2012.