ECLI:NL:CRVB:2015:3964
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1945, vroeg in oktober 2013 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wubo vanwege lichamelijke klachten die hij toeschrijft aan het in maart 1945 noodgedwongen verlaten van het Westeinde ziekenhuis na het bombardement op het Bezuidenhout.
Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat appellant direct door oorlogsgeweld was getroffen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel: het verlaten van het ziekenhuis was geen maatregel van de bezettende macht maar een indirect gevolg van het bombardement. De slechte levensomstandigheden en verminderde medische zorg tijdens de oorlog zijn onvoldoende om onder de Wubo te vallen.
Ook het beroep op de anti-hardheidsbepaling faalt omdat appellant niet voldoet aan de voorwaarden. De Raad erkent dat de beenaandoening blijvende gevolgen heeft, maar de Wubo heeft een beperkte reikwijdte. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo.