ECLI:NL:CRVB:2015:3968
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten cardio-gym wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, geboren in 1937 en uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), heeft een aanvraag ingediend voor vergoeding van de kosten van cardio-gym. Verweerder wees deze aanvraag af omdat de voorziening niet medisch noodzakelijk zou zijn in verband met de uit de vervolging voortvloeiende psychische en hartklachten.
De Raad heeft het besluit van verweerder getoetst aan artikel 20 van Pro de Wuv, dat voorziet in vergoeding van noodzakelijke extra kosten voor voorzieningen die direct verband houden met door vervolging ontstane ziekten of gebreken. Op basis van adviezen van geneeskundig adviseurs en medische informatie van huisarts en cardioloog is vastgesteld dat cardio-gym niet medisch noodzakelijk is en geen hartrevalidatie betreft.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit deugdelijk is voorbereid en gemotiveerd, en dat appellant onvoldoende gegevens heeft aangeleverd om het standpunt van verweerder te betwisten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vergoeding van cardio-gymkosten blijft in stand.