ECLI:NL:CRVB:2015:3981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- E.C.R. Schut
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-uitkering wegens bezit onroerend goed in het buitenland
Appellanten ontvingen een AIO-uitkering naast hun AOW-pensioen. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de Sociale verzekeringsbank (Svb) een onderzoek naar het bezit van onroerend goed in Suriname. Een taxatierapport van november 2013 stelde de waarde van twee percelen vast op €115.158. De Svb trok daarop de AIO-uitkering vanaf 1 juli 2006 in en vorderde terugbetaling van €35.326,64 wegens het overschrijden van de vermogensgrens en het niet melden van het bezit.
Appellanten voerden aan dat een door hen overgelegde taxatie van €59.000 correcter was en dat een schuld van €65.798,13 in mindering moest worden gebracht, waardoor het vermogen negatief zou zijn. De Svb verwierp dit omdat de taxatie slechts één perceel betrof en de schuld niet objectief verifieerbaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Het verzoek om de procedure aan te houden voor een nieuwe taxatie en originele akte werd afgewezen wegens te late indiening. De Raad oordeelde dat het vermogen de vermogensgrens ruimschoots overschreed, ook na aftrek van de schuld. De intrekking en terugvordering van de AIO-uitkering werden daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de AIO-uitkering wegens overschrijding van de vermogensgrens door bezit van onroerend goed in Suriname.