ECLI:NL:CRVB:2015:3989

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 november 2015
Publicatiedatum
13 november 2015
Zaaknummer
14/1780 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 14 december 2012 waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank Overijssel heeft het beroep van appellant gegrond verklaard vanwege aanvullende beperkingen na een operatie aan het Carpaal Tunnel Syndroom, maar heeft de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten.

In hoger beroep betoogt appellant dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit heeft gehandhaafd en dat het UWV de beperkingen te laag heeft vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant zijn standpunt niet met medische gegevens heeft onderbouwd en dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van het verzekeringsgeneeskundig oordeel waarop het UWV zich baseert.

Verder bevestigt de Raad dat de Functionele Mogelijkhedenlijst correct is toegepast en dat de functies die aan het besluit ten grondslag liggen medisch geschikt zijn voor appellant. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

14/1780 WIA
Datum uitspraak: 13 november 2015
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
17 februari 2014, 13/1060 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M. Smit, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2015. Appellant is, met bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T. van der Weert.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 14 december 2012 heeft het Uwv bepaald dat voor appellant geen recht op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is ontstaan, omdat hij met ingang van 6 december 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is bij besluit van 4 april 2013 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant gegrond verklaard, omdat het Uwv in reactie op door appellant overgelegde informatie betreffende een operatie in verband met Carpaal Tunnel Syndroom enkele aanvullende beperkingen heeft gesteld ten aanzien van het gebruik van de handen. De rechtbank heeft het bestreden besluit vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten.
3.1.
Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten, en dat de artsen van het Uwv verdergaande beperkingen hadden moeten aannemen.
3.2.
Het Uwv heeft de Raad om bevestiging van de aangevallen uitspraak verzocht.
4. De Raad oordeelt als volgt.
4.1.
De Raad acht de beslissing van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen juist. Appellant heeft zijn standpunt in hoger beroep dat het verzekeringsgeneeskundig oordeel waarop het Uwv zich baseert niet juist is, niet met medische gegevens onderbouwd. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van de verzekeringsartsen.
4.2.
Uitgaande van de juistheid van de Functionele Mogelijkhedenlijst, heeft de rechtbank eveneens terecht geoordeeld dat de functies die aan het bestreden besluit ten grondslag zijn gelegd, gelet op de daaraan verbonden belasting, in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.
4.3.
Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker als voorzitter en H. van Leeuwen en L. Koper als leden, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2015.
(getekend) R.E. Bakker
(getekend) W. de Braal

NK