ECLI:NL:CRVB:2015:4035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid volgens WIA-beoordeling
Appellant ontving een Ziektewet-uitkering na een ongeval in 2007 met rugklachten. In 2009 werd een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld, waarbij hij geschikt werd geacht voor bepaalde functies met minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. In 2012 beëindigde het UWV de ZW-uitkering omdat appellant weer geschikt werd geacht voor arbeid, wat door de rechtbank werd bevestigd.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn klachten en beperkingen werden onderschat, verwijzend naar een medisch rapport uit 2011. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit een herhaling was van eerdere bezwaren zonder nieuwe medische onderbouwing. De Raad bevestigde dat de maatstaf voor arbeid de functies zijn die in 2009 in het kader van de WIA-beoordeling als geschikt zijn aangemerkt.
De Raad concludeerde dat appellant op objectieve medische gronden geschikt is voor deze functies en dat het UWV het recht op ziekengeld terecht heeft beëindigd per 4 oktober 2012. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de ZW-uitkering per 4 oktober 2012 bevestigd.