ECLI:NL:CRVB:2015:4039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van Zeben-de Vries
- L. Koper
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering WIA-uitkering en bezwaar tegen invorderingsbrief
Appellant ontving een WIA-uitkering die door het UWV werd herzien en teruggevorderd vanwege onvoldoende melding van inkomsten uit arbeid vanaf mei 2011. Het UWV stuurde een invorderingsbrief met betalingsregeling, waartegen appellant bezwaar maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep stelt appellant dat de rechtbank onvolledig heeft getoetst en dat het UWV niet tot terugvordering had mogen overgaan.
De Raad oordeelt dat het bezwaar tegen de invorderingsbrief niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat deze brief geen zelfstandig rechtsgevolg heeft. De herziening en terugvordering zijn terecht, omdat appellant redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat hij teveel uitkering ontving. Dringende redenen om af te zien van terugvordering zijn niet aangetoond.
De Raad vernietigt het deel van de uitspraak over de invorderingsbrief, verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk en bevestigt het overige oordeel van de rechtbank. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Bezwaar tegen invorderingsbrief niet-ontvankelijk verklaard, herziening en terugvordering van WIA-uitkering bevestigd.