ECLI:NL:CRVB:2015:4050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant viel sinds februari 2010 uit voor zijn werkzaamheden als heftruckchauffeur en ontving aanvankelijk een WIA-uitkering die werd geweigerd omdat hij naar oordeel van het UWV meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Vervolgens ontving appellant een Ziektewetuitkering vanaf maart 2013. Op 1 oktober 2013 achtte het UWV appellant weer geschikt voor arbeid en beëindigde de ZW-uitkering. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen nieuwe medische informatie was aangeleverd die het oordeel van het UWV tegensprak.
In hoger beroep herhaalde appellant dat zijn psychische en elleboogklachten onvoldoende waren meegewogen. De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het medisch dossier, inclusief rapporten van de behandelend psychologe en orthopedisch chirurg, zorgvuldig had beoordeeld. De medische gegevens toonden geen ernstige beperkingen die arbeid onmogelijk maakten. De Raad concludeerde dat het UWV terecht appellant geschikt heeft geacht voor de maatgevende arbeid per 2 oktober 2013.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht geschikt is verklaard voor arbeid en de Ziektewetuitkering is beëindigd.