ECLI:NL:CRVB:2015:4052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep wegens niet-ontvankelijkheid rechtbankbeslissing in bestuursrechtelijke zaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding bij de behandeling van een besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, Awb, tegen een uitspraak van de rechtbank na toepassing van artikel 8:54, eerste lid, Awb geen hoger beroep mogelijk is, maar wel verzet kan worden ingesteld bij de rechtbank volgens artikel 8:55, eerste lid, Awb. Dit rechtsmiddel is ook vermeld onderaan de aangevallen uitspraak.
Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen en zendt het hoger beroepschrift door aan de rechtbank met het verzoek dit als verzetschrift te behandelen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en het betaalde griffierecht wordt aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen en zendt het hoger beroepschrift door als verzetschrift aan de rechtbank.