Uitspraak
6 januari 2015, 14/4031 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving eerder bijstand maar deze werd ingetrokken wegens het niet melden van zijn verblijfplaats. Hij diende een nieuwe aanvraag in met een opgegeven woonadres. Na een huisbezoek waarbij appellant niet werd aangetroffen, werd hij uitgenodigd voor een gesprek op het gemeentehuis. Appellant verscheen niet op dit gesprek zonder bericht.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingen- en medewerkingsverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank vernietigde het boetebesluit maar verklaarde het beroep verder ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege de ernstige gezondheidstoestand en het overlijden van zijn broer in Marokko was en psychische klachten had, waardoor hij niet kon verschijnen. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet kon melden dat hij in Marokko verbleef en dat het niet verschijnen op het gesprek een schending van zijn verplichtingen was.
Omdat appellant niets meer had laten horen na de oproep, was er geen reden voor het college om nader onderzoek te doen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd vanwege het niet verschijnen op het verplichte gesprek.