ECLI:NL:CRVB:2015:4076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand bij naderhand verkregen middelen
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd bij besluit van 5 april 2013 bijstand verleend. In dat besluit werd vermeld dat de bijstand terugvorderbaar is vanwege het aandeel van appellant in een woning dat hoger was dan de vermogensgrens. Appellant maakte bezwaar tegen deze mededeling over terugvorderbaarheid.
Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de mededeling van informatieve aard was en geen besluit vormde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de mededeling wel rechtsgevolg had en dus een besluit was.
De Raad oordeelde dat de mededeling een aankondiging is dat de bijstand te zijner tijd teruggevorderd kan worden op grond van artikel 58 WWB Pro, maar dat dit geen besluit is zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Daarom is bezwaar daartegen niet mogelijk. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat de mededeling over terugvordering geen besluit is en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.