ECLI:NL:CRVB:2015:4089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- E.C.R. Schut
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-uitkering wegens gezamenlijke huishouding afgewezen beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant ontving een AOW-uitkering voor alleenstaanden en woonde samen met G op hetzelfde adres. Na onderzoek concludeerde de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat appellant en G een gezamenlijke huishouding voerden, waarop de AOW-uitkering werd aangepast naar gehuwdennorm.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen gezamenlijke huishouding was en dat hij mocht vertrouwen op eerdere toezeggingen van de Svb, die een commerciële kostgangersrelatie suggereerden. De Raad stelde vast dat aan de objectieve criteria voor gezamenlijke huishouding was voldaan, waaronder het delen van voorzieningen, wederzijdse zorg en financiële verstrengeling.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de Svb geen ondubbelzinnige toezegging had gedaan. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de AOW-uitkering naar gehuwdennorm wegens gezamenlijke huishouding en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.