ECLI:NL:CRVB:2015:4128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- E. Dijt
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante meldde zich ziek in juli 2011 na een aanrijding en werd in mei 2013 onderzocht door een verzekeringsarts. Deze stelde locomotore en prikkelgevoeligheidsbeperkingen vast, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De arbeidsdeskundige selecteerde passende functies waarmee de arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% werd vastgesteld, waarna het UWV de WIA-uitkering weigerde.
Appellante voerde bezwaar aan met medische informatie over fibromyalgie, whiplash en andere klachten, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat deze klachten reeds waren meegenomen en dat appellante in staat was voltijds licht werk te verrichten. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege fysieke en cognitieve beperkingen. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts terecht op eigen oordeel mocht varen en dat de medische informatie onvoldoende aanleiding gaf voor meer beperkingen. De arbeidsdeskundigen bevestigden de geschiktheid van de functies, en de door appellante genoemde bezwaren werden niet gevolgd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de beperkingen juist zijn vastgesteld en de geselecteerde functies passend zijn.