ECLI:NL:CRVB:2015:4171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen Ziektewetuitkering toe te kennen, omdat hij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De verzekeringsarts heeft op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) drie functies geduid die appellant zou kunnen verrichten.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, omdat het rapport van de verzekeringsarts zorgvuldig was en appellant geen nieuwe medische stukken had overgelegd die het oordeel zouden kunnen veranderen. In hoger beroep voert appellant aan dat zijn rug-, knie-, voet- en longklachten hem verhinderen de geduide functies uit te voeren.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Raad stelt vast dat de functies niet fysiek belastend zijn en binnen de belastbaarheid van appellant liggen. Ook is het standpunt van de verzekeringsarts over de medische situatie op de datum in geding niet onjuist gebleken. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd.