ECLI:NL:CRVB:2015:4180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens ontbreken bankafschriften
Appellante ontving vanaf augustus 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college trok de bijstand in per 19 december 2012 en appellante diende op 30 januari 2013 een nieuwe aanvraag in. Het college verzocht haar meerdere malen om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften van haarzelf en haar minderjarige kinderen, maar deze werden niet volledig binnen de gestelde termijn aangeleverd.
Het college stelde de aanvraag bij besluit van 15 maart 2013 buiten behandeling wegens het niet tijdig verstrekken van de gevraagde gegevens. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit en in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd dit oordeel bekrachtigd.
De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro omdat essentiële gegevens ontbraken. De bankafschriften van de minderjarige kinderen zijn relevant omdat zij tot het huishouden behoren en appellante over deze rekeningen kan beschikken. Appellante had ook de mogelijkheid om om uitstel te verzoeken, maar heeft dit niet gedaan.
De Raad wees ook het verweer af dat de reeds verstrekte gegevens voldoende waren om het recht op bijstand vast te stellen. Zonder volledige bankafschriften kon het college geen goed inzicht krijgen in de financiële situatie. De Raad zag geen reden om het besluit van het college onredelijk te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college de aanvraag bijstand buiten behandeling mocht stellen vanwege het niet tijdig aanleveren van bankafschriften.