ECLI:NL:CRVB:2015:4225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om terugkomen op weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering vanaf 11 juli 1994
Appellant werkte sinds 1992 bij een schoonmaakbedrijf en meldde zich tijdens vakantie in Marokko op 11 juli 1994 ziek. Het UWV weigerde een ziekengelduitkering over de periode 11 juli tot 5 augustus 1994 vanwege het ontbreken van bewijs van arbeidsongeschiktheid in die periode. Diverse verzoeken en bezwaren van appellant om toekenning of herziening van de uitkering werden afgewezen, waarbij eerdere uitspraken van rechtbank en Raad dit bevestigden.
In hoger beroep stelde appellant dat hij recht had op ziekengeld en dat de medische beoordeling onjuist was, onderbouwd met nieuwe medische verklaringen. De Raad overwoog dat aanvragen tot herziening moeten worden beoordeeld op nieuwe feiten of omstandigheden die bij het eerdere besluit niet bekend waren. De nieuwe medische stukken waren niet bij het UWV bekend ten tijde van het bestreden besluit en konden daarom niet meewegen.
De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe feiten had gesteld die aanleiding gaven om terug te komen op het eerdere besluit. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen schadevergoeding toegekend en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het eerdere besluit tot weigering van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt bevestigd.