ECLI:NL:CRVB:2015:4246
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen boeteoplegging WAADI wegens kennelijk onredelijke beleidsregels
Verzoeker, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, heeft bij de rechtbank Limburg boetes opgelegd aan meerdere betrokkenen wegens overtreding van artikel 7a van de WAADI. De rechtbank verklaarde de boetebeleidsregels 2014 kennelijk onredelijk en vernietigde de besluiten, waarbij verzoeker werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen binnen zes weken.
Verzoeker stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep en verzocht om een voorlopige voorziening om de werking van de uitspraak van de rechtbank te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de spoedeisendheid aanwezig is en dat het verzoek gegrond is, omdat het opvolgen van de opdracht van de rechtbank zonder nieuwe beleidsregels tot onredelijke gevolgen zou leiden.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker op grond van artikel 19, zesde lid, van de WAADI verplicht is beleidsregels vast te stellen voor boeteoplegging. Het kan niet van verzoeker worden verlangd om vooruitlopend op het oordeel van de Raad reeds nieuwe beleidsregels vast te stellen en nieuwe besluiten te nemen.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, de werking van de uitspraak van de rechtbank geschorst voor zover verzoeker nieuwe besluiten moet nemen, en het betaalde griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de werking van de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat de Raad op het hoger beroep beslist.