ECLI:NL:CRVB:2015:4257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontheffing arbeidsverplichting gecontinueerd, hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout, waarbij zij ontheffing van de arbeidsverplichting werd verleend voor de periode van 27 september 2013 tot uiterlijk 1 juli 2014. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde appellante hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de zitting gaf het college aan dat de ontheffing van de arbeidsverplichting vanaf 1 juli 2014 is gecontinueerd en dat appellante nog steeds ontheven is van deze verplichting. Tevens bevestigde het college dat zij bijzondere bijstand zal verlenen voor extra kosten als gevolg van de behandeling van haar psychische klachten.
Volgens vaste rechtspraak is er alleen sprake van voldoende procesbelang als het met het beroep nagestreefde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en voor de indiener van betekenis is. Nu de ontheffing is gecontinueerd en het college extra kosten vergoedt, is het belang van appellante bij een beoordeling van het hoger beroep komen te vervallen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Vanwege het feit dat appellante pas na het instellen van het hoger beroep vernomen heeft dat de ontheffing is gecontinueerd, veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellante, begroot op € 980,-, en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat de ontheffing van de arbeidsverplichting is gecontinueerd.