ECLI:NL:CRVB:2015:4261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens beëindigde verzekering en te late arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht op 22 juni 2011 om een Ziektewetuitkering, maar het UWV weigerde deze op 13 juli 2012 omdat haar verzekering op 31 maart 2004 was geëindigd en zij pas ziek werd op 1 oktober 2006, ruim na de verzekeringsperiode. Dit werd bevestigd na bezwaar op 4 januari 2013 en door de rechtbank Rotterdam in juli 2013.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte medische rapporten van Instituut Psychosofia niet had meegewogen en dat zij tot november 2005 werkte en salaris ontving. Het UWV handhaafde haar standpunt dat de laatste verzekeringsdag 1 november 2005 was en de eerste ziektedag 1 oktober 2006.
De Raad onderschreef het standpunt van het UWV en oordeelde dat de medische rapporten geen bewijs bevatten dat de arbeidsongeschiktheid voor 1 oktober 2006 begon. De verzekeringsartsen hadden zorgvuldig onderzoek gedaan en de medische gegevens van vóór 2007 ontbraken. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd genomen door I.M.J. Hilhorst-Hagen op 6 november 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat de arbeidsongeschiktheid pas na het einde van de verzekering begon.