Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.960,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep van
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als leerling elektromonteur en meldde zich ziek sinds 6 mei 2007 vanwege fysieke en psychische klachten na een auto-ongeluk. Het UWV stelde bij besluit van 9 oktober 2012 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd op 29 mei 2013 ongegrond verklaard.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant tegen het bezwaarbesluit ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de conclusies van de verzekeringsartsen niet onjuist waren. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) weerspiegelde de beperkingen van appellant adequaat.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn klachten en dat hij niet in staat was de geselecteerde voorbeeldfuncties te verrichten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de medische en arbeidskundige onderzoeken geen aanleiding gaven om de conclusies van het UWV te herzien. De Raad bevestigde dat appellant niet meer beperkingen had dan in de FML waren opgenomen en dat de geselecteerde functies passend waren.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, omdat pas in hoger beroep de passendheid van de voorbeeldfuncties voldoende was toegelicht. Het totaal aan proceskosten werd begroot op € 1.960,-. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en het besluit van het UWV bevestigd dat geen recht op WIA-uitkering bestaat.