ECLI:NL:CRVB:2015:428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde bij besluiten vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was per diverse data, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een aanstaande operatie op 16 juni 2013 haar klachten zou verduidelijken en mogelijk leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad oordeelde echter dat deze grond onvoldoende was onderbouwd met medische gegevens en dat appellante zich na de operatie opnieuw tot het UWV kan wenden indien zij meent meer arbeidsongeschikt te zijn.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijsten juist waren vastgesteld en dat de voor appellante geselecteerde functies passend zijn. De signaleringen in deze functies overschrijden niet de belastbaarheid van appellante. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.