ECLI:NL:CRVB:2015:4288

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 november 2015
Publicatiedatum
2 december 2015
Zaaknummer
14/1074 WIA-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WIA-zaak

In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift. Appellante heeft hiertegen verzet ingesteld.

De Raad overweegt dat het hogerberoepschrift inderdaad niet tijdig was ingediend, maar dat er bijzondere omstandigheden zijn die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. De onduidelijkheid over de verzending van de aangevallen uitspraak en het feit dat de rechtbank het onderzoek had heropend zonder dit te sluiten, leiden ertoe dat appellante niet in verzuim kan worden gesteld.

Daarom wordt het verzet gegrond verklaard, vervalt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

14/1074 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2013, 13/1055 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] ., gevestigd te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Datum uitspraak: 20 november 2015
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 28 mei 2014 heeft de Raad het namens appellante door mr. K.U.J. Hopman, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellante heeft mr. Hopman verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 28 mei 2014 berust op de overweging dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
Mede gelet op wat in het verzetschrift is aangevoerd ziet de Raad in de - bijzondere - omstandigheden van dit geval aanleiding de termijnoverschrijding alsnog verschoonbaar te achten. De gedingstukken bieden onvoldoende duidelijkheid over de gang van zaken rond de aangetekende brief waarbij de griffier van de rechtbank het afschrift van de aangevallen uitspraak aan de gemachtigde van appellante heeft verzonden. Die onduidelijkheid behoort niet ten nadele van appellante te werken. Uit de gedingstukken komt verder naar voren dat de rechtbank heeft nagelaten het onderzoek te sluiten, nadat zij dat na een eerdere sluiting
- impliciet - weer had heropend. Daardoor hoefde (de gemachtigde van) appellante ook niet bedacht te zijn op de ontvangst van een uitspraak. Kort nadat de griffier van de rechtbank bij gewone brief het afschrift van de aangevallen uitspraak opnieuw had verzonden, is het hogerberoepschrift ingediend.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 28 mei 2014 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2015.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) P. Boer

NK