Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep tot een
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2007 een Wajong-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Na een melding van vermeende toename van beperkingen in 2011 stelde het UWV vast dat de beperkingen ongewijzigd waren, gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen onvoldoende waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat hij de aan de schatting ten grondslag gelegde functies niet kon verrichten, mede vanwege een diagnose van chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgelegd.
De Raad benadrukte dat de door het UWV gebruikte rapporten een bijzondere waarde hebben, tenzij appellant aannemelijk maakt dat deze onzorgvuldig zijn opgesteld of onjuist zijn. Appellant slaagde hier niet in, mede omdat hij geen medisch rapport overlegde dat de beoordeling van het UWV weersprak.
De Raad bevestigde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies passend waren en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant, omdat het UWV pas in hoger beroep de passendheid van de functies voldoende had toegelicht.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.