ECLI:NL:CRVB:2015:4325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks dyslexie en HBO-thuisstudie
Appellant was van 2000 tot 2009 afdelingschef logistiek en meldde zich in 2010 ziek. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe, die later werd omgezet in een vervolguitkering. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant per 15 maart 2014 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij zich beperkte tot de arbeidskundige grondslag. De rechtbank onderschreef het oordeel van de arbeidsdeskundige dat appellant geschikt is voor functies op MBO-4 niveau, mede gelet op zijn werkervaring en het opleidingsniveau 5 dat bij toekenning van de uitkering was vastgesteld. De dyslexie en hulp van de oom bij de HBO-thuisstudie werden onvoldoende onderbouwd bevonden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij door dyslexie en het ontbreken van een officieel HBO-diploma niet geschikt is voor de geduide functies. De Raad volgde dit niet en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, aangezien appellant zijn stellingen onvoldoende onderbouwde en het dossier voldoende aanwijzingen bevat dat hij de functies kan vervullen.
De Centrale Raad van Beroep ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden besluit dat appellant geen recht meer heeft op een WIA-uitkering vanaf 15 maart 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op WIA-uitkering vanaf 15 maart 2014.