ECLI:NL:CRVB:2015:4333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering naar thuiswonende wegens niet-woonachtig op gba-adres
Appellante ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten voor de jaren 2012 en 2013. De minister voerde een huisbezoek uit op het adres waar appellante in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (gba) stond ingeschreven. Tijdens dit bezoek werden diverse bevindingen gedaan die erop wezen dat appellante niet daadwerkelijk op dat adres woonde.
Op grond van het rapport van de controleurs besloot de minister de studiefinanciering te herzien naar de norm voor thuiswonenden en het te veel betaalde bedrag terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de bevindingen van het huisbezoek voldoende waren om aan te nemen dat appellante niet woonde op het gba-adres.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel degelijk op het adres woonde, onder meer omdat zij een eigen huissleutel had en persoonlijke spullen aanwezig waren. De Raad stelde echter vast dat veel van de aangetroffen spullen niet aantoonbaar aan appellante toebehoorden en dat recente administratie en schoolspullen ontbraken. De Raad onderschreef de beoordeling van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit, waardoor het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van studiefinanciering naar thuiswonende bevestigd.